4 augustus 2026
Bas Schouwenberg is internist-diabetoloog en klinisch farmacoloog bij Diabeter en Kinderdiabetes Centrum VIVENDIA. Hij behandelt volwassenen en jongvolwassenen, met een sterke focus op diabetes type 1. Binnen de nationale diabetes agenda zet hij zich als ambassadeur in om de impact van de ziekte op het leven van mensen te verlichten. We spraken Bas over zijn passie voor werken met jongvolwassenen, de noodzaak tot verbinding in het zorgveld en zijn grote droom voor de toekomst van de diabeteszorg.
“Ik werk inmiddels vijftien jaar bij VIVENDIA en zie daar vooral oudere kinderen en pubers, terwijl ik op de poli bij Diabeter volwassenen behandel. De adolescentenfase vind ik ontzettend fascinerend. Het is een levensfase waarin er veel op ze afkomt; ze gaan naar de middelbare school en ouders moeten de diabeteszorg langzaam overdragen aan het kind zelf. Vaak hebben deze jongeren de instellingen van hun diabetes nog niet helemaal op orde, en perfectie nastreven lukt bij pubers simpelweg niet altijd. Het draait in die fase echt om coachen en samen ontdekken hoe we de zorg zo goed mogelijk kunnen inpassen in hun leven. Zelfmanagement is essentieel. We zien patiënten zo veel mogelijk poliklinisch en proberen ziekenhuisopnames te voorkomen, want ze moeten er ten slotte thuis mee leren leven.”
“Ik ben al twintig jaar betrokken bij de zorg voor mensen met diabetes, in het verleden voor zowel type 1 als type 2, bij kinderen en volwassenen. Sinds mijn overstap naar Diabeter richt ik me uitsluitend op type 1. Door de jaren heen heb ik van heel dichtbij gezien wat voor enorme impact deze ziekte heeft op iemands leven. Ik wil heel graag bijdragen aan alles wat die last kan verlichten. Dat komt prachtig samen in ambitie van de nationale diabetes agenda: het verlagen van de impact van Diabetes op mens en maatschappij. Daar zet ik mijn opgebouwde kennis en ervaring met liefde voor in.”
“Diabetes beïnvloedt letterlijk elk aspect van iemands leven. Wat we nu vaak zien, is dat professionals zich focussen op hun eigen ‘niche’: de een richt zich op sport, de ander op kinderen, preventie of juist genezing. Maar de mens met diabetes heeft geen niche; die heeft met de héle taart te maken. Daarom moeten educatie, onderzoek en de zorg veel beter samenwerken. Daarnaast vind ik dat we de bekendheid van type 1 moeten vergroten. Er is momenteel veel aandacht voor middelen zoals Ozempic bij type 2, maar we moeten niet vergeten dat insulinetherapie voor type 1 absoluut cruciaal blijft. Technologie helpt ons enorm vooruit, maar de vergoeding daarvan is nog niet altijd vanzelfsprekend. Dat is echt een punt van aandacht.”
“De vergoedingssystematiek is een groot knelpunt. Hoe krijgen we de juiste behandeling en de nieuwste technologie bij de juiste patiënt? Dat kunnen artsen niet alleen oplossen. Daarvoor moeten we om tafel met de fabrikanten van technologie, medici, zorgverzekeraars en misschien zelfs wel met werkgevers. We zien gelukkig al goede initiatieven, zoals de ‘Diabeteskamer’, waar gezamenlijk overleg plaatsvindt over vergoedingsregels. Ook op het gebied van onderzoek is samenwerking tussen de industrie, academici en clinici essentieel.”
“Dat we veel minder vanuit onze eigen kliniek of ons eigen specialisme moeten denken. We moeten kijken naar alle aspecten van het leven van de mens met diabetes, ongeacht wie die persoon is. Het ultieme doel van alle diabeteszorg is tenslotte: hoe kan het leven met diabetes zo goed mogelijk zijn?
“Preventie is een enorme uitdaging, omdat het een breed maatschappelijk probleem is, maar vooral relevant voor type 2 diabetes. In de spreekkamer voelt het soms als dweilen met de kraan open; achteraf proberen we de schade te beperken. We moeten ons afvragen: wie draait die maatschappelijke kraan dicht? Dat is complex, want het raakt ook aan de keuzevrijheid van mensen. Als we specifiek naar type 1 kijken, is de ultieme uitdaging natuurlijk genezing.”
“Leven met diabetes is topsport. In de spreekkamer kunnen we maar heel beperkt iets doen aan die mentale belasting en stress in het dagelijks leven. Die oplossing ligt veel meer op het niveau van werkgevers en het onderwijs, bijvoorbeeld als het gaat om het spuiten van insuline op school of begrip op de werkvloer. Daarnaast speelt innovatie een grote rol: hoe meer technologie het reguleren van diabetes kan overnemen, hoe meer rust dat in het hoofd geeft.”
“Ik hoop dat we tegen die tijd iedereen kunnen behandelen met de behandeling die het allerbeste op hem of haar is toegespitst, ongeacht vergoedingsproblemen of kosten. En hoewel volledige genezing binnen tien jaar misschien een brug te ver is, zou het fantastisch zijn als we op dat vlak flinke stappen hebben gezet.”
“Dat iedereen over zijn eigen belangen durft heen te stappen. Uiteindelijk zou ons gezamenlijke doel moeten zijn dat we onszelf als diabeteszorg opheffen; dat we onnodig worden. Maar op het menselijke vlak is vandaag de dag vooral één ding het allerbelangrijkste: oprechte aandacht voor de mens met diabetes en de erkenning hoe moeilijk het is om te leven met diabetes.”
Volg ons op linkedin en schrijf je in voor de nieuwsbrief